4 feb.
“Het is niet realistisch om altijd voor de maximale opbrengst te gaan”
Wilfried van Sark is hoogleraar Integratie van zonne-energie aan het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling van de Universiteit Utrecht. Hij heeft meer dan veertig jaar ervaring op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van zonne-energie.
“Dat ik in de zonnewereld terecht ben gekomen, is eigenlijk toeval,” vertelt hij. “Ik studeerde natuurkunde en in die tijd werd milieukunde steeds belangrijker. Dat kon je als bijvak volgen, en dat sprak me aan omdat je samenwerkte met biologen, geofysici en wetenschappers uit andere disciplines.” Aanvankelijk wilde hij afstuderen op grondwaterstromingen in de Utrechtse Heuvelrug, maar de examencommissie ging daar niet in mee. “Teleurgesteld liep ik naar buiten en zag op een aanplakbord een advertentie voor onderzoek aan zonnecellen in Amsterdam, onder begeleiding van Wim Sinke. Daar ben ik toen aangenomen.”
Hoe groot is de uitdaging die voor ons ligt?
“Het gaat allemaal sneller dan iedereen had verwacht, ook de netbeheerders. Er komt zoveel stroom bij dat het elektriciteitsnet het niet altijd aankan. Hoewel er volop wordt geïnvesteerd in netverzwaring, duurt dat lang: de bouw van een hoogspanningsstation kost al snel tien jaar, mede door vergunningstrajecten. Daarom ligt de focus nu ook op het beter sturen van energiestromen, bijvoorbeeld met grote batterijen bij zonnevelden of met thuisbatterijen.”
Wat is je motivatie om bij NCZIL mee te doen?
“Als we alle geschikte daken in Nederland benutten, kunnen we waarschijnlijk een groot deel van de huishoudens van zonne-energie voorzien. Maar zodra ook de industrie op grotere schaal elektrificeert waarbij zon een groot aandeel zal vormen, zijn veldopstellingen onmisbaar.
Toen TNO het consortium Zon in Landschap oprichtte, heb ik me daar direct bij aangesloten en recent meegedacht over een groot onderzoeksvoorstel. Toen Kay mij onlangs vroeg om zitting te nemen in de scientific board, heb ik daar vanzelfsprekend ja op gezegd.”
Waarom wil jij bijdragen aan het vraagstuk?
“Ik wil graag dat zonne-energie zo groot mogelijk wordt. Maar wel zo dat iedereen er ook blij van wordt. Want we hebben maar weinig land in Nederland en voor al dat land is al iets bedacht waarvoor het gebruikt kan worden. Dan moet je er slim mee omgaan. En als mensen hun hond uitlaten tussen de zonnepanelen zou het fijn zijn als ze ook blij zijn met dat zonneveld.”
Wat kan jij bijdragen aan het vraagstuk?
“In mijn huidige functie werk ik aan de integratie van zonne-energie. Dat kan op veel manieren. Zo heb ik mij lange tijd beziggehouden met de opbrengst van installaties: hoeveel energie levert een bepaalde hoeveelheid zonnepanelen daadwerkelijk op? Die discussie speelt nu opnieuw. Daarnaast werk ik nu aan een grote pilot in Utrecht rond elektrisch vervoer. Daarbij onderzoeken we hoe autobatterijen kunnen helpen om het elektriciteitsnet te stabiliseren en congestie te voorkomen, en hoe deze stroom goed kan worden ingepast in het Nederlandse energiesysteem.”
Wat zal de toekomst brengen voor Zon in Landschap?
“Lange tijd draaide alles om een zo hoog mogelijk rendement van zonnepanelen: ze kwamen in blauw of zwart en in vaste maten. Nu verschuift de aandacht naar ontwerp en inpassing. Denk aan andere formaten, kleuren of zelfs doorzichtige panelen, zodat ze beter passen in het landschap en ook esthetisch aantrekkelijk zijn.”
“We hebben een andere mindset nodig. Het aantal zonnepanelen groeit zo sterk dat het niet realistisch is om altijd voor de maximale opbrengst te gaan. Vooral in zonnige zomers zullen we nu maar vooral in de toekomst steeds vaker stroom niet gebruiken. Willen we álle stroom opslaan, dan zijn enorme hoeveelheden batterijen nodig en dat is economisch niet haalbaar. Het kan daarom verstandiger zijn om tijdelijk een deel van de productie af te schakelen, om negatieve stroomprijzen te voorkomen. Die discussie ga ik graag aan.”
