Nieuws

Ja, ik wil deelnemen aan het consortium!

27 okt.
Zonneparken bieden kansen voor insecten

Het aantal planten, bloemen, wilde bijen en zweefvliegen in recent ontwikkelde Nederlandse zonneparken lijkt al verrassend veel op dat in extensief beheerde graslanden, blijkt uit onderzoek. Wel met kanttekeningen: Er zijn weinig dagvlinders en soorten uit de groep “overige geleedpotigen”, en biodiversiteitswinst is momenteel alleen te behalen op grond die niet bedekt is door zonnepanelen.

Vegetatie, wilde bijen en zweefvliegen veren snel op
In het onderzoek van Wageningen University & Research, in het kader van het project EcoCertified Solar Parks, is gekeken naar de hoeveelheid vegetatie, bestuivers en overige geleedpotigen in 15 grondgebonden zonneparken in Nederland. Daarna werden ze steeds per twee vergeleken: met intensief gebruikte graslanden in de omgeving (meestal de uitgangssituatie) en met extensief beheerde natuurlijke graslanden (de doelsituatie). . De onderzoekers ontdekten dat de vegetatie in de zonneparken al opvallend veel leek op die in extensief beheerde graslanden, en net zo soorten- en bloemrijk was. Mede daardoor werden er ook al net zo veel aantallen en soorten hommels, solitaire bijen en zweefvliegen gevonden als in de extensieve graslanden. Dit is veelbelovend, omdat de parken tijdens het onderzoek maximaal vier jaar oud waren en de vegetatie nog verder kan ontwikkelen, mits de parken goed worden beheerd.

Andere soortgroepen blijven op achterstand
Twee onderzochte groepen geleedpotigen lieten een ander patroon zien: Dagvlinders en de groep “overige geleedpotigen”. De dagvlindergemeenschap in de zonneparken leek sterk op de gemeenschap zoals die gevonden worden in intensief beheerde cultuurgraslanden. De hoofdreden is waarschijnlijk dat slechts een paar soorten dagvlinders zich in agrarische gebieden kunnen handhaven, en de graslandvlinders die in extensief  beheerde graslanden voorkomen nog niet de kans hebben gehad zich in de zonneparken te vestigen. “Voor de graslandvlinders moet alles kloppen,” licht Michiel Wallis de Vries van De Vlinderstichting toe. “Niet alleen moeten ze in de omgeving voorkomen, maar ook moeten er in het zonnepark zowel voedselplanten voor de rupsen als nectar voor de vlinders zijn. En dan moet het beheer ook voldoende variatie in vegetatiestructuur bieden. Dat heeft allemaal even tijd nodig.”

De overige geleedpotigen zijn onderzocht met piramidevallen. Daarmee worden volwassen geleedpotigen gevangen die als larve in de bodem hebben geleefd en daaruit naar boven komen (met name vliegen, halfvleugeligen, kevers en spinnen). Voor veel onderzochte families in deze groep waren de aantallen en soorten in zonneparken het laagst vergeleken met intensieve en extensieve graslanden. Waarschijnlijk komt dit door de grote invloed die de installatie van een zonnepark heeft op de bodemgesteldheid, bijvoorbeeld door bodemverdichting en veranderde verdeling van regen en licht. Promovendus Timea Kocsis, eerste auteur van het net gepubliceerde onderzoek, vult aan: “Veel van de onderzochte zonneparken waren erg nat, met name onder de panelen, wat verklaart waardoor we een flink aantal graslandsoorten die hier slecht tegen niet hebben gevonden. Wel zagen we in de zonneparken een aantal unieke soorten die juist een voorkeur hebben voor natte omstandigheden.”

Het onderzoek laat dus zien dat op dit moment in zonneparken al redelijk wat biodiversiteit te vinden is. “Maar”, zegt universitair docent Thijs Fijen, “hierbij is het wel belangrijk om te vermelden dat dit alleen geldt voor de ongeveer 25% van de oppervlakte in deze parken die niet bedekt is door zonnepanelen. Onder de zonnepanelen was vaak nauwelijks vegetatie aanwezig door een gebrek aan licht”.

EcoCertified Solar Parks: natuurinclusieve zonneparken
Het primaire doel van een zonnepark is om de hoognodige groene energie te produceren. Om die groene ambitie te combineren met waarde voor biodiversiteit, heeft het project EcoCertified Solar Parks de afgelopen vier jaar gewerkt aan het ontwikkelen van een onafhankelijk en transparant label dat zorgt voor de snelle realisatie van zonneparken met meerwaarde voor lokale flora en fauna en met een gezonde bodem. Met dit label zijn op basis van wetenschappelijk onderzoek ecologische kaders gesteld om biodiversiteitswaarde op zonneparken te helpen verhogen. In het label is veel aandacht voor meer licht onder de panelen, om de bodem gezond te houden. Daarnaast zorgt het label voor een goed beheer van de vegetatie en aanleg natuurlijke elementen om bovengrondse biodiversiteit te stimuleren. Ook in bestaande parken is er met beter vegetatiebeheer nog veel biodiversiteitswinst te behalen. Zo kunnen zonneparken naast het opwekken van groene energie ook helpen bij biodiversiteitsherstel.

Meer informatie:

Tekst: Thijs Fijen & Timea Kocsis, Wageningen University & Research en Michiel Wallis de Vries, De Vlinderstichting.

Beeld: Timea Kocsis

Timea Kocsis telt de hommels, solitaire bijen en zweefvliegen. Tussen de zonnepanelen kunnen soms veel bloemen staan waar bestuivers van kunnen profiteren.

Met piramidevallen kunnen de geleedpotigen die als larve in de bodem leven worden gevangen als ze als volwassen uitkomen. Deze volwassen individuen werden vervolgens onder de stereomicroscoop op orde geteld (kleinbeeld), en met metabarcoding op soortsnaam gebracht.

Onze andere consortia